Uitleg opnamestanden op je camera

Bovenop je camera heb je een draaiknop met daarop verschillende standen. De meest bekenden zijn de icoontjes van het portret, landschap en macro. Maar daarnaast zijn er ook nog andere standen die voor de beginners misschien nieuw zijn. In deze uitleg leg ik jullie uit wat die standen betekenen en welke je dan het beste kunt gebruiken. Lees je mee?


Begrippen die je moet weten:
ISO waarde: De iso waarde geeft de gevoeligheid van de film weer. Bij een lage ISO waarde van bijv. 100 of 200 heb je erg weinig ruis. Het is slim om de ISO zo laag mogelijk te houden als je veel licht tot je beschikking hebt. Is het bijvoorbeeld donker dan kun je je ISO wat hoger zetten op bijv. 800. Maar dan heb je wel meer ruis in je foto. Als je persé weinig ruis wilt en dus met een lage ISO waarde wilt schieten moet je er rekening mee houden dat je een langzame sluitertijd krijgt of/en kleine scherpte diepte door je diafragma. Dus hoe lager de ISO hoe meer licht je weg neemt. 
Sluitertijd: Met de sluitertijd regel je ook de belichting. Hoe langer de sluitertijd hoe meer lichter je foto wordt. Maar je kunt dan wel bewegingsonscherpte krijgen. De meeste mensen kunnen tot 1/50ste nog los uit de hand schieten. Met een batterygrip zou het zelfs tot 1/30ste kunnen. Neem je een snellere sluitertijd betekent dit dus dat je licht weg neemt. Is je foto onderbelicht dan kun je dit compenseren door je diafragma en ISO waarde aan te passen.
Diafragma: hiermee regel je de scherptediepte. Bij een grote scherpte diepte heb je veel scherp in de foto en bij een kleine heb je meer onscherpte en kun je zelfs bokeh (onscherpte in vorm van rondjes) krijgen!
Hoe kleiner je getal hoe kleiner de scherpte diepte. Hoe kleiner het getal hoe meer licht je ook toelaat.
De standen:
De auto-stand: De naam zegt het al: auto(matisch). Hier wordt alles automatisch ingesteld. het enige wat je hier hoeft te doen is te klikken. Maar je hebt wel de kans dat de belichting van de foto’s niet altijd goed zijn. Als je iets wilt fotograferen wat héél erg licht is gaat je camera dit compenseren door de foto donkerder te maken. Als je iets héél donkers gaat fotograferen wordt de foto dus uiteindelijk lichter. Bij een Nikon heet dit AUTO en bij Canon is dit de groene rechthoek.
De AV-stand (canon) of A-stand (Nikon): Bij deze stand kun je het diafragma instellen en de ISO waarde. De sluitertijd wordt dan automatisch berekend. Deze belichting is nauwkeuriger dan de Automatische stand. Let er wel op dat je sluitertijd niet langzamer is dan 1/30 of 1/50ste. Is dit wel het geval dan kun je het beste voor een kleiner diafragma getal kiezen over een hogere ISO waarde. 
De TV-stand (Canon)  of S-stand (Nikon): Bij deze stand stel je de sluitertijd in en de ISO waarde. Dit is bijvoorbeeld erg handig als je mensen wilt fotograferen. Als je de sluitertijd minimaal instelt op 1/50ste voorkom je bewegingsonscherpte. Ook erg handig als je bijvoorbeeld sport fotografeert, daarmee heb je namelijk ook met veel beweging te maken. 
De M-stand: Bij deze stand stel je echt alles in. Ik gebruik deze stand altijd. Ik ben erg precies wat betreft de belichting dus dit wil ik zo goed mogelijk in de hand hebben. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *